Een pv-installatie met zonnepanelen is niets anders dan een elektrotechnische installatie. In theorie kan daarin kortsluiting ontstaan met brand als gevolg. In de praktijk echter blijft het risico op brand dankzij de juiste bouwkundige en elektrotechnische maatregelen tot een minimum beperkt. Maar wat zijn dan die maatregelen? Ecorus geeft antwoord.

Reductie van het brandrisico begint al bij de bouw en dan met name bij de keuze van de materialen voor dakisolatie en dakhuid. De markt biedt maar liefst tweehonderd verschillende combinaties voor opbouw van het dak met grote verschillen in brandresistentie. Een dak met isolatie op basis van minerale wol levert doorgaans weinig risico op. Dat in tegenstelling tot isolatie met piepschuim. Met name in combinatie met een kunststof dakhuid zoals PVC levert piepschuim een hoog brandrisico op. Een logistiek pand met dit dakpakket is ongeschikt voor zonnepanelen.

Wie plannen heeft voor nieuwbouw, kan nog volop invloed uitoefenen op de keuze van het dakpakket. Dat is uiteraard anders bij een bestaand pand. In dat geval is het raadzaam om eerst het dakpakket fysiek te onderzoeken, desnoods door een uitsnede te maken. Het is niet altijd verstandig om te vertrouwen op de al aanwezige documentatie over het dakpakket. Soms is niet goed vastgelegd welke materialen zijn gebruikt, bijvoorbeeld omdat tijdens de bouw door omstandigheden andere keuzes zijn gemaakt dan in de ontwerpfase is aangegeven. Met als gevolg dat de gebruiker van het pand over een dakpakket beschikt dat misschien minder geschikt is voor zonnepanelen dan gedacht.

Positionering van de zonnepanelen

Niet alleen de dakmaterialen zijn belangrijk, maar ook het ontwerp voor positionering van de zonnepanelen. Uit veiligheidsoverwegingen is het niet verstandig om daadwerkelijk het hele dak vol te leggen. In ieder geval moet de toegang tot het dak vrijblijven, evenals de looppaden langs de dakrand. Ook moeten de elektrotechnische installaties bereikbaar blijven voor onderhoud en inspectie.

Als er onverhoopt toch calamiteiten ontstaan, moet de brandweer goed zijn werk kunnen doen. Als vuistregel is het verstandig om na elke 50 meter een looppad met een breedte van 1,20 meter te maken. In dat geval kan elke brandhaard binnen een afstand van 25 meter worden geblust. In een enkel geval vraagt het lokale brandweerkorps om een loze blusleiding waarop de brandslangen kunnen worden aangesloten. Die moet dan in de dakconstructie worden meegenomen.

Bij het blussen van een dakbrand ontstaat een nieuw risico: accumulatie van het bluswater. Als het water niet snel genoeg kan worden afgevoerd, kan het dak door het gewicht van het water bezwijken; een gevaar dat ook bestaat bij overvloedige sneeuw- en regenval en bij ijsvorming. Dat betekent dat het dak in voldoende mate moet zijn voorzien van goten, afvoeren, overstorten en andere voorzieningen. En niet onbelangrijk: de zonnepanelen op het dak mogen de waterafvoer niet blokkeren.

Kwaliteit van de installatie

De elektrotechnische maatregelen betreffen allereerst de kwaliteit van de elektrotechnische installatie. Wie goede materialen kiest en die vervolgens goed verwerkt, kan het brandrisico aanzienlijk verlagen. In prijsonderhandelingen wordt dit aspect vaak ten onrechte vergeten. Een aantal tips:

  • Connectoren: kies goede connectoren van hetzelfde merk, zodat een goede connectie is gewaarborgd. Een slechte connectie vergroot de kans op kortsluiting.
  • Kabels: gebruik kabels met dubbele isolatie die bestand zijn tegen UV-straling. Is dat niet het geval? Dan kan de kabelmantel door invloed van het zonlicht verweren met alle risico’s van dien.
  • Omvormers: apparaten die de elektrische stroom uit de panelen omzet in een elektrische stroom die geschikt is voor gebruik. Zet de omvormers op brandwerende platen als extra afscheiding van het gebouw.

Natuurlijk kunnen bij de installatie fouten worden gemaakt. Een thermografisch onderzoek bij de ingebruikname brengt die aan het licht. Door bij inschakeling van elke omvormer met een thermografische camera mee te lopen, wordt direct zichtbaar op welke punten onverwacht en onnodig sprake is van warmteontwikkeling. Door deze ‘hotspots’ aan te pakken, blijft latere onheil bespaard. Na de ingebruikname is het verstandig om het thermografisch onderzoek elk halfjaar te herhalen. Is een connector losgetrild of is een kabel door het zonlicht toch verweerd? Dan kan dat worden hersteld.

Installatie langs de buitenkant

Wie de risico’s op brand binnenin het warehouse of distributiecentrum tot het minimum wil beperken, kan het beste alle elektrotechnische installaties zoals omvormers en middenspanningsstations aan de buitenkant aanbrengen. Met elke kabeldoorvoer door het dak neemt het risico op brand in het pand immers toe. Is het toch nodig is om kabels door het dak te voeren? Dan moet de doorvoer niet alleen waterbestendig maar ook omhuld met brandwerende materialen zijn.

Daarnaast is het verstandig om ook op het dak rekening te houden met de brandcompartimentering in het pand. Als dan toch een brand in een omvormer of middenspanningsstation op het dak ontstaat en doorslaat door het dak, is de kans groot dat die beperkt blijft tot dat bewuste compartiment.

Onderzoek daarnaast de mogelijkheid om het metalen frame van de installatie aan te sluiten op de bliksembeveiliging. Dat verkleint het risico bij een blikseminslag, maar voorkomt ook dat mensen bij onderhoud of inspectie van de installatie een elektrostatische schok voelen. Is geen bliksemafleider aanwezig? Dan is het zaak om alsnog een aardkabel te monteren zodat statische elektriciteit wordt afgeleid naar de aarde.

Brandweerschakelaar

Laatste tip: monteer altijd een brandweerschakelaar op de begane grond. Dat is een makkelijk bereikbare schakelaar in een kastje dat alleen toegankelijk is voor de brandweer. Met die schakelaar kan de hele installatie onmiddellijk worden uitgeschakeld. Als de zon schijnt blijven de zonnepanelen weliswaar spanning opwekken, maar de brandweermannen lopen niet meer het risico op elektrocutie bij het blussen van een brand.