Ecorus en Aldel creëren nieuwe energiehub

Ecorus ondertekende eind 2019 een overeenkomst voor het plaatsen van 20 MegaWatt aan zonnepanelen op en naast de productiehallen van aluminiumproducent Aldel in Farmsum. Inmiddels hebben beide bedrijven de handen ineengeslagen bij het zetten van een volgende stap: het aanleggen van een microgrid dat is gekoppeld aan de fabriek van Aldel. Daardoor kunnen twee nabijgelegen nieuwe zonne-energieprojecten worden gerealiseerd die nu vastlopen door netcongestie. Ecorus speelt een belangrijke rol in het bijeenbrengen van de relevante marktpartijen en het vormgeven van deze innovatieve oplossing in een gebied waar netcongestie de energietransitie remt. ‘Dit is een mooi voorbeeld van de industrie als katalysator van de energietransitie; een business case die anderen kan inspireren soortgelijke projecten op te pakken.’

Aldel is de enige grote resterende aluminiumsmelterij in ons land. Het bedrijf zat lang in zwaar weer, mede door de wereldwijde overproductie van aluminium en hoge energieprijzen. In 2013 viel de productie zelfs volledig stil, en ook in de jaren daarna bleef het moeizaam. Sinds de overname van Aldel door een nieuwe Amerikaanse investeerder in 2017 is de Schwung echter helemaal terug.

Green future

‘Grote ondernemingen in de maakindustrie waren lange tijd weinig populair in Nederland’, aldus Eric Wildschut, CFO van Aldel. “ We zouden ons geld gaan verdienen als diensteneconomie. Wanneer die grote milieuvervuilers en energieverslinders zouden verdwijnen was dat geen verlies. Nu wordt de toegevoegde waarde van de maakindustrie weer gezien. Tegelijkertijd blijft verduurzaming een belangrijke opgave voor bedrijven die relevant willen blijven. Daarom werkt Aldel aan een groene toekomst. We zetten in ons 10-jarenplan – The green future of transport & energy – onder andere in op het recyclen van aluminium, het hergebruik van warmte, het afvangen van CO2 en het gebruiken van elektrische voertuigen. De samenwerking met Ecorus, bijvoorbeeld bij het bouwen van een zonnecentrale op ons dak, past naadloos in deze strategie.”

Virtuele batterij

Aldel draait 24/7. De productie zit alweer op 80 procent. Is halverwege 2021 de maximum capaciteit bereikt, dan verbruikt het bedrijf zo’n 200 MegaWatt aan elektriciteit. Die enorme vraag en de directe aansluiting op het hoogspanningsnet van Tennet zet de smelter in door te fungeren als een virtuele batterij. Is er een overschot aan wind en zonne-energie dan neemt Aldel veel elektriciteit af. Waait de wind niet en schijnt de zon niet, dan regelt Aldel het elektriciteitsverbruik terug.  In het meest extreme geval wordt zelfs de volledige fabriek tijdelijk uitgeschakeld. Door deze flexibilisering van de energieopname compenseert Aldel als het ware de onrust van de opwek door zon en wind. Aldel draagt zo veel bij aan het in balans houden van het net.  Daardoor wordt zelfs de plaatsing van nog meer zonne- en windenergie mogelijk. –Aldel is daarmee een belangrijke maar wel onzichtbare speler in de energietransitie. Aldel maakt dus eigenlijk twee producten: aluminium en netstabiliteit.

Geen verstoring van de productie

Christiaan Schreurs, raadgevend ingenieur bij het project: “ We geven die groene toekomst dus nu al vorm. Maar er moet ook nog veel gebeuren. Het laaghangende fruit voor nu is de productie van zonne-energie voor eigen gebruik. We beschikken over twee productiehallen van bijna een kilometer lang met in totaal een dakoppervlak van zo’n 50.000 vierkante meter. Daar gaan we zonnepanelen op leggen.  Naast de twee productiehallen van Aldel ligt nog eens een vrijstaand terrein van zo’n 8,6 hectare binnen de grenzen van ons bedrijfsperceel. Daar is ruimte voor een grondgebonden zonnepark van zo’n 11 MegaWattpiek. ’In totaal hebben we het dus over ongeveer 20 MegaWattpiek. Wij begonnen onze zoektocht naar een partner die dit voor ons kon realiseren op basis van twee harde criteria. We wilden een partij die ervaring heeft met het ontwerpen en aanleggen van grootschalige zonnesystemen op fabrieken die continu in bedrijf zijn met processen die op geen enkele manier mogen worden verstoord. De productie moet door.  Daarnaast wilden we volledige ontzorging in alle aspecten van het project, van ontwerp tot realisatie. En , juist om het risico te beperken en de verantwoordelijkheden eenduidig te houden wilden we dat er niet of zo weinig mogelijk met onderaannemers wordt gewerkt.  Er kwamen hier natuurlijk heel veel partijen voorrijden die aangaven die klus te kunnen klaren, maar feitelijk hadden we onder de streep bijzonder weinig opties. We zochten een bedrijf dat aantoonbaar ervaring had met stevige industriële projecten binnen werkende installaties met alles in een hand. Wij kwamen uit bij Ecorus.’

Evolutie in kennis en ervaring

‘En dat was natuurlijk de juiste keuze’, zegt Managing Partner bij Ecorus Philippe Vanhoef met een lach. ‘In een industriële omgeving kunnen calamiteiten tijdens de installatie van zonnesystemen leiden tot extreme bedrijfsschade. Je moet als klant dus kunnen vertrouwen op een solide trackrecord van je partner. Ecorus is geboren uit de techniek. Wij zijn ooit in dit vak gestapt vanuit onze wil om bij te dragen aan de energietransitie. 10 jaar evolutie in het opbouwen van kennis en ervaring heeft ons gebracht op het punt waarop we nu staan. Ecorus is een one stop shop die klanten het hele traject van ideevorming en ontwerp tot en met realisatie en onderhoud uit handen kan nemen. Onze expertise omvat onder andere risicomitigatie – bijvoorbeeld op het vlak van brandveiligheid, het belasten van daken en het aansluiten van een installaties onder bijzondere omstandigheden – maar ook grip creëren tijdens het managen van projecten. Daarom mochten we in 2019 bijvoorbeeld ook het dak van staatgigant Arcelor Mittal bij Gent doen. Daar hebben we het grootste zonnedak van België gebouwd – een oppervlakte van ruim 75.000 vierkante meter en opgestelde vermogen van zo’n 11 MegaWattpiek. Dit succes gaan we nu doorzetten in Delfzijl.’

Katalysator van de energietransitie

Vanhoef onderstreept het belang dat hij vanuit Ecorus ziet in de samenwerking met Aldel. Daarbij wil hij graag ook over het belang van zijn eigen onderneming heen kijken. Hij ziet de grote potentie van de industriële bedrijven als katalysators van de energietransitie. Zijn collega – Willem Boekhoven, Project Manager Solar bij Ecorus – valt hem bij.

‘In het Klimaatakkoord is afgesproken dat we in 2030 op 75 procent hernieuwbare energie zitten. Nu is dat nog maar zo’n 18 procent. De grote omslag gaat dus de komende decennia plaatsvinden. Er is meer dan genoeg ruimte voor zonne-energie op daken, en ook op de grond als het esthetisch en ecologisch verantwoord wordt ingepast in het landschap. Maar we zien nu al congestieproblemen. Dat brengt grote uitdagingen met zich mee. Aldel toont aan dat die traditionele industrieën ook hun bijdrage kunnen leveren aan de energietransitie. Het uitoefenen van zo’n functie als virtuele batterij is erg nuttig in het in balans houden van het elektriciteitsnet. Het realiseren van een groot zonnesysteem op het dak en de grond is mooi. Maar Aldel gaat verder. Zo stelt het ook haar zware interne elektriciteitsnet en de bijbehorende netaansluiting op het 220 kV net van Tennet ter beschikking. We faciliteren zodoende de realisatie van extra duurzame energie-installaties zonder dat daar op korte termijn majeure en kostbare netverzwaringen voor nodig zijn. Aldel toont kortom een grote ambitie. Het is heel motiverend om daar met Ecorus deel van uit te mogen maken.’

Onontgonnen terrein

Het realiseren van het zonnedak op de productiehallen van Aldel en de grondgebonden installatie op het terrein ernaast zit nog in de voorbereidende fase. Tegelijkertijd verkennen het bedrijf en Ecorus al volgende mogelijke stappen. Even verder op het bedrijventerrein, zo’n halve kilometer naar het oosten, ligt het op- en overslagbedrijf Gebr. Borg. Dat heeft interesse in een solar installatie op het dak en hiervoor reeds een overeenkomst met Ecorus gesloten. Nog eens een paar honderd meter ligt een locatie waar Eneco in samenwerking met Groningen SeaPorts, WirSol en “Bronnen van Ons” een zonnepark van 17 MegaWatt wil aanleggen.

‘Op die laatste 2 locaties is de netaansluiting een probleem wegens capaciteitsgebrek van het openbare net’, vertelt Wildschut. ‘Dan denk je al snel 1 en 1 is 2. Laten we gewoon een microgrid bouwen; een paar honderd meter kabel trekken, letterlijk onder het hek door en die zonne-installaties koppelen aan het interne net van Aldel. Dat is technisch geen enkel probleem; ons stroomnet en onze aansluiting is zwaar genoeg en wij kunnen de stroom van die lokale energiehub direct gebruiken. Bovendien is het een investering die je snel terugverdient. Maar dan stuit je toch opeens op problemen. De grondeigenaar moet er bijvoorbeeld mee akkoord gaan. De wetgeving is bovendien complex. Het was een uitdaging om daarin de weg te vinden. Maar het goede nieuws is dat het samen met de mensen van Ecorus is gelukt. Ze helpen ons, los van hun uitvoerende rol, alle betrokken partijen bij elkaar te brengen, technisch en juridisch alles uit te zoeken en zo uiteindelijk die fysieke koppeling tot stand te brengen zodat beide projecten snel kunnen worden gerealiseerd. Ook Groningen Seaports speelt een belangrijke rol in dit project. Maar de juridische constructie die we hebben bedacht voor het microgrid moet natuurlijk wel goedgekeurd worden door de  Autoriteit Consument & Markt. Per slot van rekening gaan we als beheerder van een industrieel net een stukje van de taken van een openbaar net invullen.  Dat verzoek hebben we pas ingediend, en we kijken met spanning de uitkomst tegemoet. Dit is allemaal nog onontgonnen terrein. Maar duidelijk is wel dat de huidige netcongestie een rem zet op de verduurzaming. Door samenwerking met relevante marktpartijen, het gebruik van al voorhanden industriële netten,  en creativiteit kun je daar het hoofd aan bieden. Wij zien Ecorus als een solar-specialist met een duidelijke meerwaarde bij het creëren van de nodige innovatieve oplossingen. We werken nu samen aan deze prachtige business case, hopen het pad te banen en daarmee ook anderen te inspireren om soortgelijke projecten op te pakken. Er zijn daarvoor immers legio kansen, zeker hier in Groningen.’